Recht op transitievergoeding na weigeren passende functie?

Zoals bekend heeft de werknemer een wettelijk recht op een transitievergoeding bij het einde van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever. De werkgever dient in ontslagprocedures bij zowel het UWV als de rechter te bewijzen dat hij onderzoek heeft gedaan naar de aanwezigheid van passende functies binnen zijn onderneming. Een functie wordt als passend beschouwd wanneer deze aansluit bij de ervaring, opleiding en capaciteiten van de werknemer. Mocht een passende functie voorhanden zijn, dan moet deze functie worden aangeboden aan de werknemer voor wie ontslag dreigt. Maar wat nu als de werknemer deze passende functie niet ziet zitten? Heeft de werknemer eigenlijk wel recht op een transitievergoeding na het weigeren van een passende functie? Deze vraag werd onlangs voorgelegd aan het Hof ’s-Hertogenbosch. Wat was er precies aan de hand?

Aanbod passende functie

Werkneemster is op 20 juni 2000 in dienst getreden bij werkgever. Per 1 september 2019 is haar functie van kwaliteitsmedewerker in ploegendienst komen te vervallen. Werkgever heeft werkneemster verschillende herplaatsingsmogelijkheden aangeboden. Werkneemster heeft deze functies geweigerd, omdat deze in dagdienst waren en zij in ploegendienst wilde blijven werken. Werkgever is werkneemster vervolgens tegemoet gekomen en heeft haar bij brief van 13 september 2019 een passende functie in ploegendienst aangeboden. Werkneemster heeft echter ook dit aanbod van de hand gewezen. Eind september zag werkgever zich dan ook genoodzaakt de arbeidsovereenkomst van werkneemster middels een door het UWV verleende ontslagvergunning op te zeggen.

Transitievergoeding na weigeren passende functie?

Werkgever heeft werkneemster in die opzegging tevens laten weten dat hij geen transitievergoeding zal betalen aan werkneemster omdat zij geweigerd heeft een passende functie te vervullen. Werkgever is van mening dat werkneemster door het niet accepteren van de passende functie ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en haar recht op een transitievergoeding heeft verspeeld. Werkneemster is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter om betaling van de wettelijke transitievergoeding ad € 42.448,68 bruto af te dwingen. De kantonrechter wijst haar verzoek af en werkneemster gaat in hoger beroep. In hoger beroep stelt werkneemster onder verwijzing naar de brief van 13 september 2019 dat van haar verwacht werd dat zij haar werkzaamheden na acceptatie per direct zou hervatten. Op dat moment was zij arbeidsongeschikt, waardoor zij daar – naar eigen zeggen – niet toe in staat zou zijn.

Passende functie weigeren: ernstig verwijtbaar?

Het hof overweegt dat uit de genoemde brief niet blijkt dat werkneemster haar werkzaamheden per direct zou moeten hervatten. In de brief wordt werkneemster enkel gevraagd te laten weten of zij de functie accepteert. Werkgever heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het feit dat werkneemster niet in staat was haar werkzaamheden te hervatten wegens ziekte, niet betekent dat zij de aangeboden functie niet had kunnen aanvaarden. Werkneemster heeft volgens het hof niet aangetoond dat zij de aangeboden functie niet had kunnen aanvaarden. Het hof overweegt dat ondanks het feit dat de uitzonderingsgrond van art. 7:673 lid 7, aanhef en onder c, BW (= het niet toekennen van een transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen) terughoudend dient te worden toegepast, het handelen van werkneemster in deze situatie wel degelijk ernstig verwijtbaar is en dat werkgever om die reden geen transitievergoeding verschuldigd is.

Arbeidsrecht Eindhoven

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op!