Op staande voet ontslagen en weer welkom als ZZP’er

De kantonrechter in Den Haag boog zich onlangs over een opmerkelijke zaak. Een werknemer werd op staande voet ontslagen, om vervolgens een maand later door werkgever als ZZP’er te worden ingeschakeld voor exact hetzelfde werk. De werknemer stapt naar de rechter en maakt aanspraak op de transitievergoeding, een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding.

Arbeidsovereenkomst

Op 1 februari 2019 is werknemer begonnen bij een bedrijf dat zich onder andere bezighoudt met het opruimen van bouwplaatsen gedurende de uitvoering van werkzaamheden. Als medewerker schoonmaakonderhoud had hij een min-max contract voor minimaal acht uur per week, dat in mei 2020 werd omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkzaamheden van werknemer bestonden uit het opruimen van de bouwplaats.

Officiële waarschuwingen

Werkgever lijkt echter kort na de contractverlenging steeds minder tevreden over het gedrag van werknemer. Werknemer krijgt in de maanden april, juni, juli en september officiële waarschuwingen voor in totaal twintig keer te laat inklokken op het werk. En volgens werkgever was dat nog niet alles. Voor het woon- werkverkeer gebruikte werknemer de bedrijfsbus van werkgever. De bus werd door werknemer, in strijd met de afspraken in zijn arbeidsovereenkomst, voor een aantal privéritten gebruikt. Tijdens het werk was werknemer ook verantwoordelijk voor de afvoer van het afval. Zo nu en dan lagen er oude koperen leidingen tussen het afval. Volgens werkgever heeft werknemer deze leidingen – ondanks verschillende mondelinge waarschuwingen – zonder toestemming meegenomen.

Arbeidsrecht disfunctioneren ontslag

Op staande voet ontslagen en weer welkom als ZZP’er

Op 28 december 2020 is werkgever er klaar mee en wordt werknemer op staande voet ontslagen door werkgever. Ze spreken af dat Werknemer is het niet eens met het ontslag op staande voet en stapt uiteindelijk in maart naar de rechter. Volgens werknemer heeft werkgever het ontslag op staande voet gebruikt om niet van hem, maar van de arbeidsovereenkomst af te komen. Werkgever hoeft dan bovendien geen transitievergoeding en opzegtermijn aan werknemer te betalen. Het bewijs voor zijn standpunt is volgens werknemer gelegen in het feit dat werkgever al tijdens het ontslaggesprek op 28 december heeft aangegeven werknemer vanaf 1 januari 2021 te willen inzetten als ZZP’er.

Dringende reden?

De kantonrechter stelt inderdaad vast dat werknemer na zijn ontslag door werkgever is ingehuurd als ZZP’er voor de uitvoering van de werkzaamheden die hij tot zijn ontslag als werknemer heeft uitgevoerd. Daaruit maakt de kantonrechter op dat de gedragingen van werknemer dus toch niet zó ernstig waren dat deze ontslag op staande voet rechtvaardigen. De werknemer heeft dan ook recht op de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van twee maandsalarissen.

Billijke vergoeding

De werknemer eist ook een billijke vergoeding van ruim EUR 11.000,- bruto. Bij de onderbouwing van dit bedrag gaat hij ervan uit dat wanneer hij niet op staande voet ontslagen zou zijn, zijn werkgever een verbetertraject zou zijn gestart. Dit traject zou volgens werknemer 6 maanden in beslag nemen. Mocht zijn functioneren na het doorlopen van het traject niet verbeterd zijn, dan zou de arbeidsovereenkomst met een opzegtermijn van twee maanden op zijn vroegst zijn geëindigd op 1 augustus 2021. De verzochte billijke vergoeding komt dan ook overeen met het bedrag dat werknemer verdiend zou hebben tussen 29 december 2020 en 1 augustus 2021.

Verbetertraject

Hoewel de kantonrechter toekenning van een billijke vergoeding terecht vindt, heeft hij wel wat aan te merken op de berekening van de billijke vergoeding door werknemer. De kantonrechter overweegt dat werknemer maar liefst 4 (officiële) waarschuwingen heeft gekregen omdat hij 20 keer te laat heeft ingeklokt op het werk. Om die reden is het voldoende aannemelijk dat werknemer in 2020 te vaak te laat is verschenen op het werk. De kantonrechter gaat ervan uit dat, indien werknemer niet op 28 december 2020 op staande voet zou zijn ontslagen, werkgever zich wegens het voortdurend te laat komen van werknemer tot de kantonrechter zou hebben gewend met het verzoek om de arbeidsovereenkomst op (onder meer) die grond te ontbinden. Ook gaat de kantonrechter ervan uit  dat dit verzoek op die grond zou zijn toegewezen. De werknemer had immers al meerdere (officiële) waarschuwingen ontvangen. Een verbetertraject was daarbij niet nodig geweest. In die situatie zou de arbeidsovereenkomst tussen partijen zijn geëindigd met ingang van 1 mei 2021.

De billijke vergoeding wordt daarom gematigd tot EUR 7.500,- bruto. De transitievergoeding en het door werknemer als ZZP’er bij werkgever verdiende bedrag worden daarop in mindering gebracht. Per saldo krijgt de werknemer daarom een billijke vergoeding van EUR 5.750 bruto. De werkgever moet ook de proceskosten van werknemer betalen.

Specialist Arbeidsrecht

Meer weten? Neem contact op.