Ontslag van hoestende werknemer die weigert naar huis te gaan

Werkgever vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer die in maart van dit jaar stevig hoestend op zijn werk verscheen en weigerde naar huis te gaan. Een dag later bleek dat de werknemer besmet was met het coronavirus. Hoewel werknemer ruim 20 jaar in dienst was bij werkgever, heeft de kantonrechter het ontbindingsverzoek toegewezen.

Positieve coronatest

Op 15 maart verscheen werknemer met duidelijk zichtbare verkoudheidsklachten op zijn werk. Omdat werknemer stevig aan het hoesten was, adviseerden verschillende collega’s hem om naar huis te gaan. Werknemer gaf daarop aan dat zijn hoesten werd veroorzaakt door zijn bronchitis. Maar de volgende dag meldde hij zich alsnog ziek en testte een dag later positief op het coronavirus. 

Verwijtbaar handelen

Het voorgaande was reden voor werkgever om de ontslagprocedure in gang te zetten. Volgens werkgever heeft werknemer verwijtbaar gehandeld (e-grond) door met een zware verkoudheid op zijn werk te verschijnen en daarmee zijn collega’s bloot te stellen aan het coronavirus. 

De kantonrechter is het met werkgever eens. Omdat werknemer weigerde naar huis te gaan ondanks het aandringen van zijn collega’s, handelde hij in strijd met het coronaprotocol van werkgever en de richtlijnen van de overheid.

Werknemer stelt dat de verklaringen van zijn collega’s ongeloofwaardig zijn omdat zij niet naar hun leidinggevende zijn gegaan toen werknemer weigerde te vertrekken. Volgens hem liegen zijn collega’s of zijn ze onder druk gezet om vals te verklaren. De kantonrechter ziet hiervoor echter geen bewijs. 

Desondanks is de kantonrechter van mening dat het verwijtbaar handelen van werknemer onvoldoende reden is voor ontslag. Immers, werknemer heeft zich uiteindelijk wél ziek gemeld en laten testen, zodat hij het protocol en de richtlijnen alsnog heeft nageleefd.

Verstoorde arbeidsrelatie

De kantonrechter ziet echter wél voldoende reden om te arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). Werknemer heeft door zijn gedrag het vertrouwen van zijn collega’s beschaamd door niet naar huis te gaan, ondanks het dringende advies van zeker vier collega’s.

Ook weegt mee dat de werknemer weinig direct contact had met andere collega’s en daardoor niet veel collega’s heeft blootgesteld aan een mogelijke coronabesmetting. Hoewel een van deze collega’s later besmet bleek te zijn met het coronavirus, is niet vast te stellen of werknemer hem besmet heeft. De arbeidsovereenkomst wordt dan ook niet ontbonden op de e-grond.

Vertrouwensbreuk

Het onderlinge vertrouwen heeft vervolgens een flinke deuk opgelopen toen werknemer zich een dag later alsnog ziek meldde en zich liet testen op corona. Dit terwijl hij eerder volhield geen specifieke coronaklachten te hebben.

Door vast te houden aan zijn eigen gelijk, zijn collega’s feitelijk uit te maken voor leugenaars en geen berouw te tonen, is het vertrouwen onherstelbaar beschadigd. Er was wel degelijk een risico dat hij collega’s kon besmetten, en waarschijnlijk heeft hij ook één collega besmet. Het is derhalve begrijpelijk dat de collega’s geen vertrouwen meer in hem hebben. De kantonrechter ziet niet in hoe de werknemer weer terug kan keren bij de werkgever en met deze collega’s kan samenwerken.

Geen billijke vergoeding

Er is dus sprake van een verstoorde arbeidsrelatie die dusdanig is dat niet in redelijkheid van werkgever gevergd kan worden dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. De kantonrechter wijst de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond toe. Werknemer heeft slechts recht op de transitievergoeding van EUR 23.311,68. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever is niet gebleken, zodat de gevorderde billijke vergoeding van EUR 200.000,- wordt afgewezen.

Juridisch advies arbeidsrecht

Meer weten over corona-gerelateerd ontslag of over de verschillende ontslaggronden? Neem contact op voor meer informatie.