De min-uren van Wibra

Wibra laat haar werknemers de uren werken die zij tijdens de lockdown niet hebben gewerkt. Vakbond FNV spande een kort geding aan tegen Wibra. Werknemers zouden met het inhalen van de uren ‘gratis’ werken, meende de vakbond, waarmee de rekening van de coronacrisis door Wibra bij haar werknemers werd neergelegd. De kortgedingrechter oordeelde echter dat Wibra de cao juist toepast en niet handelt in strijd met goed werkgeverschap.

Collectieve Arbeidsovereenkomst (cao)

Het kort geding draaide om een groep Wibra-werknemers die met plus- en min-uren werken. Wibra en haar werknemers zijn gebonden aan de cao Retail non-food (cao). In artikel 4 van de cao is bepaald dat werknemers een flexibel contract kunnen hebben. Deze werknemers ontvangen een vast maandsalaris voor een gemiddeld aantal arbeidsuren. De ene week werken ze meer uren (bijvoorbeeld rond de feestdagen), de andere wat minder. Zo ontstaan plus- en min-uren. Aan het eind van het jaar worden – kort gezegd – de teveel gewerkte uren alsnog uitbetaald en de minder gewerkte uren komen te vervallen.

Min-uren inhalen in 2021

Omdat de winkels tijdens de lockdown een paar maanden dicht moesten, kwamen veel werknemers van Wibra thuis te zitten. Ze kregen wel gewoon hun vaste maandsalaris betaald. De niet gewerkte uren registreerde Wibra als min-uren. Wibra heeft haar werknemers laten weten dat ze deze min-uren moeten inhalen gedurende de resterende maanden van het 2021.

Gratis werken?

Vakbond FNV stelt zich op het standpunt dat artikel 4 van de cao in strijd is met artikel 7:628 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (‘geen arbeid, wel loon’). Artikel 4 van de cao is volgens de FNV bedoeld voor de situatie van ‘ziek-en-piek’ en dus voor korte periodes, en niet voor de situatie van een lockdown. FNV is van mening dat Wibra niet handelt als goed werkgever door de min-uren te laten inhalen, terwijl zij voor de financiële gevolgen van de lockdown subsidies ontvangt.

Oordeel rechter: goede toepassing van cao

De kortgedingrechter oordeelt dat artikel 4 van de cao niet in strijd is met de wet. De werknemers hebben tijdens de lockdown hun volledige loon ontvangen. Daarvoor zijn de subsidies ook gebruikt. Dat artikel 4 van de cao alleen mag worden toegepast in een situatie van ‘ziek-en-piek’ zoals door de FNV gesteld, blijkt niet uit de tekst van de cao. De rechter weegt daarnaast mee dat het om relatief weinig extra uren gaat. Gemiddeld moet het personeel van Wibra tot eind dit jaar 40 minuten extra werken, bovenop de basisuren. De rechter acht dit niet onaanvaardbaar.

Toepassing van de cao heeft bovendien niet tot gevolg dat de werknemers zich continu beschikbaar moeten houden voor het inhalen van de min-uren. Het inroosteren gebeurt steeds in goed overleg met de werknemer. Daarnaast zijn grenzen gesteld aan het maximaal aantal uren dat ingehaald moet worden. De kortgedingrechter oordeelt dan ook dat FNV Wibra ten onrechte het verwijt maakt dat zij niet als goed werkgever handelt.

Advies toepassing cao

Regelmatig spelen er discussies op de werkvloer over de correcte toepassing van de cao. Loopt u hier ook tegenaan? Neem dan gerust contact op.